Leestijd: 5 minuten 19 seconden

Er is nu een Holland8-huis. Thomas Doornbos, Boudewijn Röell en ik zitten in dezelfde boot en wonen nu ook in hetzelfde huis. Drie weken geleden zijn we verhuisd en tot op heden hebben we elkaar nog niet de schedel ingeslagen (edit: twee jaar later wel).

Tijdens een verhuizing vind je soms van die vergeten pareltjes. Zo ook drie weken geleden. Bladerend in een oud schoolschriftje las ik ineens: ‘toekomstplannen van Govert’. Het zijn de dromen van een 15-jarig jongetje dat pas een paar maanden roeit. Bij herlezing van dit bijna 10 jaar oude document drong zich bij mij de fundamentele vraag op: Als ik toen had geweten hoeveel inspanning het zou gaan vergen om te komen waar ik nu ben, had ik het dan nog steeds gedaan?

Ik moest lachen toen ik deze ‘Toekomstplannen’  las: ze tonen het pure, ongebreidelde positivisme van een kind:

  • Ik verbreek in 2012 op de ergometer het Nederlands record: 5:49.

(Toen nog op naam van Gerrit Jan Eggenkamp. Mijn pr. nu: 6:00.1, nog niet echt in de buurt…)

  • Ik win een gouden medaille in de dubbeltwee op het junioren WK in Beijing. 

(Het werd brons in de vierzonder, komt in de buurt…)

  • In 2010 ga ik naar het WK in Nieuw-Zeeland.

(Ik hield erg van de Lord of the Rings-films die daar zijn opgenomen)

  • Op de Olympische Spelen in 2012 win ik slechts een bronzen medaille want ik ben nog jong.

(Hoe bescheiden…)

  • Op mijn 27e ben ik volgens de statistieken het sterkst en ga ik naar de Spelen van 2016 en win daar goud.

Over dat laatste zal ik even nog niks zeggen, maar alle andere punten zijn in ieder geval NIET GELUKT.

Ieder kind heeft dit soort dromen en houdt geen rekening met mislukkingen. Het kan alleen maar goed gaan. En dan wordt je ouder en ‘realistischer’ en stop je met die wilde dromen. Ik haat dat soort realisme: het is de snelste weg naar middelmaat. Maar wie mij een beetje kent, weet dat ik er lang over deed om me aan die middelmaat te ontworstelen. Na een redelijke juniorentijd, was het zes jaar lang aanmodderen in de subtop. En dat is lang, zeker als je mensen om je heen ziet slagen en jouw tijd voorbij vliegt. In die periode hoorde ik regelmatig een irritant innerlijk stemmetje:

Govert, ga eens normaal doen, lekker zuipen, achter de vrouwtjes aan, laat naar bed, misschien ook iets meer aan je studie doen? Ieder normaal mens houdt er na één, misschien twee jaar mislukkingen wel mee op. Waarom hield ik het vol? Destijds wees niets erop dat er een topsporter in dat 15-jarige ventje huisde: van nature lui, niet atletisch gebouwd, snel verleid tot dom vermaak. Wat doet iemand veranderen?

Vaak is dat terug te voeren op één cruciaal moment, soms een willekeurige beslissing. Bij mij was dat in de derde klas van het Barlaeus. Tijdens de gymnastiekles gingen we kennismaken met roeien op Willem III. Dáár, voor het eerst in een boot op de Amstel, voelde ik iets wat ik nooit eerder had gevoeld, wat ik niet aan anderen kon uitleggen, maar waar ik méér van wilde. Er waren daar mensen die blij met mij waren, vertrouwen in mij hadden en die wilden dat ik kwam trainen. En toen besloot ik: ik ga hier heel goed in worden! Vervolgens zette ik de ‘toekomstplannen’ zwart op wit.

De sport- en gedragswetenschappen doen veel onderzoek naar ontwikkeling van talent. Een belangrijke uitkomst daarvan staat bekend als ‘zelfregulatie’ of ‘zelfreflectie’: 

Jezelf doelen stellen, een planning maken om die doelen te halen, ingrijpen wanneer je niet op koers ligt en nadenken over je eigen sterke en zwakke punten.

15-jarige Goverts eerste succes op de Coupe de la Jeunesse

15-jarige Goverts eerste succes op de Coupe de la Jeunesse

Sporters die dit nauwgezet doen, bereiken vaker hun doel. En het verbaast me hoeveel roeiers er zijn die dit niet doen, terwijl de voordelen overduidelijk zijn. Het opschrijven van je gedachten hierover blijkt een goed hulpmiddel, want je wordt je meer bewust van wat er nodig is om je doel te bereiken. Als 15-jarige, niet geremd door enige gedragswetenschappelijke kennis,  is dat enigszins per ongeluk gebeurd. Maar ‘not all goals are created equal’. Hoe kun je, naast ze opschrijven, je doelen nog effectiever realiseren?

De doelen die dat 15-jarige jongetje stelde, waren natuurlijk veel te hoog en niet ‘SMART’ opgesteld. Teleurstelling is het gevolg en afhaken dreigt. Een andere benadering kan dat voorkomen. Denk aan een boogschutter die weet dat de roos te ver staat en zijn boog niet krachtig genoeg is. Hij mikt daarom op een veel hóger doel, de pijl daalt en raakt alsnog de roos: een prachtige metafoor voor hoger mikken en alsnog op iets uitkomen waar je tevreden mee kan zijn. Dit zie je vaak gebeuren met ergometertesten.

Extreem hoge doelen helpen ook nog op een andere manier. Kleine haalbare doelen zijn goed om je zelfvertrouwen op te krikken, maar brengen je niet ver. Bij topsport werkt het anders. Een extreem groot doel voor ogen houden, geeft een ander gevoel dan een klein succesje willen behalen. Vergelijk het dromen over 25 miljoen winnen in de Staatsloterij met het willen winnen van een leverworst in de jaarlijkse Verneukschotense dorpshuisbingo. Als een doel niet groot genoeg is, dan inspireert het niet. Daar verhef je je luie reet niet voor. Sterker nog, een ‘powerdoel’ geeft zó’n goed gevoel dat je iedere keer bereid bent er alles voor te doen en te laten. Het is echter niet dom kakelen ‘dat je natuurlijk voor goud gaat’, ook niet blind geloven in 10.000-urentheorieën of aanverwante sportclichés, maar je ambitie en daarop afgestemde trainingen intelligent zelfreguleren. Zo wordt een doel hét middel om je te motiveren en uiteindelijk realistisch.

Tien jaar later besef ik welke bruikbare ‘mental coaching’ mijn oude schriftje bevat. Mede dankzij de wetenschap weet ik dat het klopt: het juiste doel leidt vroeg of laat tot prestaties. Het geeft vleugels, zo houd je het vol. Het is een dikke vette wortel voor de neus van het paard dat blijft lopen, zonder te weten hoe lang het nog duurt voordat het die wortel gaat krijgen.

Gelukkig wist ik tien jaar geleden, toen ik de pen op papier zette, niet hoe lang het zou duren voordat ik ook maar aan de wortel mocht ruiken. Waarschijnlijk had dan het Holland8-huis nu niet bestaan. De enige zorg is nu dat we elkaars koppen heel laten en ons richten op het eerste ‘powerdoel’ in een nog lange reeks: het WK in Amsterdam.